De Koog heeft 73 zaken, waarvan er 46 openingstijden opgeven, 63 procent. Daarvan opent 85 procent op zondag en werkt 35 procent na elven door. Slechts 18 procent is online niet te vinden.
Die hoge zondag is toerismebeleid. De winkeltijdenverordening van Texel heft het zondagsverbod voor de hele gemeente op, van zes uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds, en noemt het toerisme daarvoor met zoveel woorden als grond. De nacht is eveneens ruim: zaken met een drankvergunning sluiten doordeweeks om drie uur en op zondag om vier, terrassen om twee. Een aparte regeling voor dit dorp bestaat niet; wat hier geldt, geldt op het hele eiland.
Twee getallen tekenen de plaats. Er staan 810 woningen, maar er zijn 2.924 adressen, en van de 397 ingeschreven bedrijven zit 46 procent in handel of horeca. Het dorp is dus in de eerste plaats logies en pas daarna woonplaats.
Zo is het niet begonnen. In 1436 heet het Cogersdyck, en tot halverwege de zestiende eeuw werd er gevist, tot de geulen dichtslibden. In 1840 woonden er 81 mensen. Een paviljoen kwam er in 1896, een hotel in 1908, en pas na de oorlog werd De Koog de badplaats van het eiland.
Van de 1.355 inwoners is 25 procent boven de vijfenzestig. Het Texelse lam draagt een Nederlands streekmerk, geen Europese naam.